De dag van alles tegelijk / Het Festival

18.54 uur

Het lukt me niet goed in te parkeren. Ik probeer het drie keer op één plek, dan twee keer op een andere en uiteindelijk zet ik hem, ondersteund door mijn eigen gevloek, dan eindelijk netjes genoeg op de derde plek neer. Ik ben op. Zittend in de auto bel ik mijn vader. “Ik wilde je nog even laten weten dat ik morgen ongeveer 11 uur bij je ben.” Ik praat bewust langzaam en probeer geruststellend te klinken. “Vind je het spannend?” Hij vindt het spannend, “Maar we maken er het beste van, ik ga mijn best doen” zegt hij. Mijn hart breekt een beetje. Ik ben nog lang niet zijn leeftijd en ik word al gestressed van nieuwe situaties. Laat staan als je geheugen niet meer werkt zoals het zou moeten en je gaat binnen een jaar voor de 9e keer verplaatst gaat worden. Ziekenhuis in en uit, tussendoor weer thuis proberen, tijdelijke zorginstellingen om aan te sterken, kortom veel gedoe. Ik probeer hem gerust te stellen, dat ik hem kom ophalen en alles ga regelen, dat ik morgen erbij blijf tot hij goed op zijn plek is. “Fijn” zegt hij en “dank je wel”, maar de onrust blijft, dat voel ik.

 

In de ochtend van deze dag, 9.25 uur

Ik ben te laat. Om 7 uur wakker en dan toch te laat vertrokken, hoe krijg ik het voor elkaar. Vriendin 1 opgepikt, vriendin 2 opgepikt en gaan. We komen net op tijd in Eindhoven aan, in een bomvolle zaal is organisator Patty (Golsteijn) bezig met haar intro-verhaal voor de kick-off van Het Festival. Dan start ineens workshopronde 1, mensen schieten allerlei kanten op en binnen no time is de centrale ruimte leeg. Ik ben even beduusd en ook volledig gedesoriënteerd. Oh fuck, ik had natuurlijk op het blokkenschema van tevoren moeten aankruisen waar ik heen wilde! Ik rommel wat in mijn telefoon, zoek naar de app, waar is het schema gebleven. Ik kijk verloren om me heen, herken Sanne die ik vandaag nog zou opzoeken, een twitterdate, en zeg haar gedag. Ze biedt luisteren zonder oordeel aan op dit festival en ik maak er meteen dankbaar gebruik van. Ik probeer mijn verwarring onder woorden te brengen, dat ik overweldigd ben door zoveel mensen, het autorijden, de workshop die ik nog moet geven waarin ik ook mijn documentaire laat zien. Tijdens ons gesprek besluit ik ronde 1 die toch al is begonnen gewoon te skippen. De spanning die ik in mijn keel voel zakt weer weg. De rest van de dag is een vermakelijke chaos; Hoi, hee, Hallo! Kennen jullie elkaar al? Wat leuk je te ontmoeten! Ik heb je workshop gemist, ging het lekker? Taart, waar? Weet iemand hoe dit werkt? Ah, hier zit ook een toilet! Oh sorry, ik herkende je niet zonder krullen en hoed. Wat gaaf, daar wil ik nog een keer meer over horen! Het is één groot feest. Aan het einde van de dag ben ik als een kind dat niet wil slapen “want ik ben heus nog niet moe”, maar man wat ben ik moe. Gelukkig was de deal dat een van mijn vriendinnen terug zou rijden.

 

20.39 uur

Laptop op schoot, nu komt het afkicken. Waar ik op zulke dagen meedrijf op de “It’s awesome! vibe” die er hangt, zit ik nu in een stil huis. Het verschil tussen de volheid van al die mensen die zoeken, praten, vormgeven, inspireren of zich laten inspireren is zo groot met de breekbare stem van mijn vader net aan de telefoon. Ik weet niet wat ik ermee moet. Het heeft te maken met de gelaagdheid van elke dag, verdriet en blijdschap naast en door elkaar. Kan dat? Blijkbaar, want het gebeurt. Mag dat? Het mag. De fases lopen net als de emoties naast en door elkaar. Wij Festivallers staan nog juichend en soms stampvoetend in het leven. In onze moshpit. Mijn vader schuifelt en struikelt al rond op de afterparty, waarbij hele andere dingen in zicht komen of er soms opeens zijn zonder aankondiging. Dat vindt hij lastig en vooral heel spannend. En ik ook.

 

Wat een nachtmerrie

Ik schrik wakker en durf een moment niet te bewegen. Rutger Hauer zit achter me aan. Het gevoel is zo intens dat ik het licht aan moet doen en vervolgens mijn huis controleer. Bij elke plek waar een Rutger Hauer, als de enge lifter uit die gelijknamige film, zich kan verstoppen houd ik even mijn adem in. Het feit dat ik ongewapend ben en half ontkleed maakt het er niet beter op. Yep, ik heb een zeer levendige fantasie.

 

Tegelijk weet ik ook wel dat het niet om Rutger gaat. Die heeft wel betere dingen te doen dan in Crooswijk een x aantal trappen opklimmen naar het huis van een JungleReporter. De angst gaat over het besluit dat ik mijn onderneming een andere kant op wil laten gaan en hoe ik dat ga doen. De ‘gaat dat wel lukken of eindig ik dit keer toch in de goot’ stress. Oerangst, overlevingsangst, geef het een naam. Rationeel bekeken is er nooit wat aan de hand, ik woon in Nederland, ben niet psychisch in de war en heb een goed sociaal netwerk. Ik zou hard mijn best moeten doen om het zo te verkloten dat ik inderdaad op straat terecht kom.

 

5 jaar geleden toen ik besloot om niet een andere bijbaan te zoeken in combinatie met het acteren, maar volledig te gaan voor het trainingsacteren was ook zo’n moment. Ik sliep er weken slecht op, vroeg me af waar ik in godsnaam mee bezig was. Uiteindelijk is het allemaal goedgekomen. Angst voor het nieuwe, een oud gegeven. Mijn schoolrapport, ik ben 10 jaar en meester Jan probeert me gerust te stellen.

 

Voor de zekerheid check ik nog even achter het douchegordijn, alles is veilig, nu mijn bedrijf nog.

 

Rapport

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10 minuten

Wil je mijn buddy zijn? Vriendin stuurt gesproken berichtje over de app. Het idee is dit, elke dag besteed je 10 minuten aan iets dat achterstallig is en je telkens maar laat liggen. Dan app je je buddy dat je het hebt gedaan. Na even afstemmen kwamen we overeen dat we pas in de avond om 21.00 uur een reminder sturen als we nog niks van de ander hebben gehoord. So far, so good.

De eerste dag gaat lekker, na ons gesprek besteed ik 10 minuten aan iets lezen over pensioenen. Done! app ik vol trots. Op dag drie komt er al een kink in de kabel. Ik heb een achterlijk drukke dag en aan het einde ben ik zo moe, dat ik alleen nog maar wil slapen. Of eigenlijk begon het al de avond ervoor waarbij een drankje om 22.00 verschoof naar 00.30 en ik uiteindelijk heel laat in bed lag. De eropvolgende dag ben ik op adrenaline doorgekomen ben, bij thuiskomst duik ik om 21.00 uur mijn bed in. Ik app af. Vriendin accepteert. De dag erna ‘haal’ ik het in door 20 minuten te doen.

Een paar dagen later is het weer raak. Vriendin vraagt terecht, hoe komt dat dan en hoe ga je ervoor zorgen dat het wel lukt.

Een afspraak van 10 minuten per dag blijkt vanalles los te maken. Ik voel me schuldig tegenover mijn buddy. Ze denkt vast allerlei dingen, waaronder dat ik lui ben en geen doorzettingsvermogen heb. Door het niet nakomen van de 10 minuten afspraak merk ik hoe mijn dag in elkaar zit. Dat ik vooral ad hoc op impulsen van buitenaf reageer. Dat ik bezig ben om iedereen zo snel mogelijk te bedienen, zowel klanten, vrienden en familie en ik in mijn toch al volle dag een zieke vriendin aanbied dat ik boodschappen kan doen voor haar, omdat ik denk dat dat hoort bij een goede vriendin zijn. Hoe opgelucht ik ben dat het niet nodig is. Hoe vol ik mijn dag plan, om erachter te komen dat het allemaal niet past als ik even wat minder energie blijk te hebben. De aantrekkingskracht van mijn mailbox waardoor ik me telkens laat afleiden. Kortom, wat een chaos ik van mijn eigen dag maak.

Het niet nakomen van de afspraak valt praktisch op te lossen door het first thing in de ochtend te doen. Los daarvan, ik geloof dat ik ook maar eens wat andere aanpassingen ga doen ;-)

Mentholsigaret

Ergens in de buurt klinkt drum ‘n bass. De zon schijnt, ik zit op een bankje vlakbij de langgerekte vijver, terwijl de muziek zich mengt met het geluid van de ruisende bomen. Ze komt met stevige pas aangelopen van links “Zo, lekker weertje hè!” en ploft naast me op de bank. “Heerlijk” zeg ik. Ik hoor iets knappen naast me en stel hardop vast “Mentholsigaret”. “Ja, dan is het tenminste nog te doen, anders is de smaak zo vies,” ze schudt wat met haar jurk “pfoe, warm is het!” “Ja, die stof ziet er ook wel warm uit.”

Het is even stil. Ik weet niet of ze iets van me verwacht, ik adem ondertussen uit. Ze zucht. Altijd moeilijk te negeren een zucht, “Even bijkomen?” probeer ik. “Ja joh, het is zo druk!” “Ben je aan het werk?” “Nee, ik ben met vrienden, maar ik moest me echt even afzonderen”. Het woord afzonderen past niet bij haar knalroze acrylnagels en stevig opgemaakte gezicht. Haar sigaret is inmiddels op.

“Nou geniet nog even van de zon hè!” Ze staat op en begint te lopen “Ja en jij met je vrienden!” zeg ik. Met mijn ogen volg ik haar over het bruggetje, de bocht om en dan een openstaande deur in, waar ik nu in gedachten de muziek localiseer. Het beeld van een groep zwetende jongeren, die dansen op drum ‘n bass om 5 uur ‘s middags in een te warm huis zweeft langzaam voorbij.

Misselijk

Voor de verandering ben ik op de minuut exact op tijd en ik heb oprecht zin in deze afspraak. De appjes waren boeiend, het gesprekje van 2 minuten voor het verzetten van de date ging prima, zijn foto’s zijn leuk. Ik heb deze dag ook nog een nieuwe fiets gescoord, dus de sterren staan wat mij betreft mij goed.

We doen drankjes en ik schiet weer in mijn welbekende vragenstelmodus, afgewisseld met de ‘leuke verhalen’, waarbij ik zelf regelmatig denk ‘hou nou es je kop dicht’. Mijn conclusie op dat moment is: ik kan dus nooit eens relaxed doen op date en daarom zou ik gewoon moeten stoppen met daten altogether. Dan hoef ik niet elke keer die karikatuur van mezelf tegen te komen. Maar daarmee zit ik nu nog steeds op een terras en om nou meteen met deze conclusie de date af te kappen gaat me ook te ver. Geef het een kans, B! Kom op!

Ondertussen kletsen we geanimeerd verder, maar ik kan hem niet peilen. Vindt ie het gezellig? Nee? Ja? In ieder geval komt het voor mij out of the blue dat hij om de rekening vraagt. Ok, niet gezellig dus. Maar vervolgens lopen we weg van het terras en trekt hij zijn mobiel tevoorschijn. Gaan we ineens schatgraven met een app. Ok, hij vindt het wel gezellig dus? Met de app Geocaching kun je iets fysieks vinden met aanwijzingen die iemand heeft achtergelaten. Hij laat mij supercute de schat ontdekken, terwijl ik naïef reageer “Heb je dát niet eens gezien, daar heb je toch niet overheen gekeken? Oh wacht even, je het hebt mij laten…” en ik grinnik er onhandig bij.

We lopen terug en bij zijn auto doen we de drie Hollandse zoenen. Dat voelt een beetje kaal aangezien ik tegenwoordig de meeste mensen hug. Vaak ben ik de ondertitelaar in mijn eigen leven. Ook nu, dus ik zeg hardop “Ja, dat je dan denkt, wat gaan we doen hè?” en geef hem een halve omhelzing, die hij slim beantwoordt waardoor we ineens in zoenpositie staan. Ik heb op nog geen enkele Tinderdate gezoend (#truestory). Maar ineens dus toch en hij zoent lekker, maar ik voel er niks bij en weet bovendien niet waar ik mijn rechterhand moet laten, die daardoor gek half boven zijn rug blijft zweven. Het was awkward en niet sexy.

Terwijl hij wegrijdt app ik met vrienden die ook in de stad zijn. Ik besluit om erheen te fietsen en daar aangekomen heb ik behoefte aan whiskey en hysterisch vertellen over de zoveelste date waarvan ik niet weet wat ik ermee moet en hoe ik de volgende keer zelf eens wat relaxter kan zijn. Moet ik het nog een tweede kans geven, hij is toch sympathiek, intelligent, kon zoenen enz. Het is een déjà vu.

Iedereen heeft trek, dus we gaan naar een shoarmatent en boven een bord patat vraag ik “Wat voor man vinden jullie dat bij me zou passen?” We komen er niet goed uit. Misschien is deze vraag ook niet te beantwoorden. Thuisgekomen zie ik het appje “Ik vond het gezellig” met een suggestie voor de tweede date. Ik voel me een beetje misselijk worden en dat ligt niet aan de patat. Ik wil het niet en dat wist ik al op het moment dat ik de hoek om stapte bij het terras en we de eerste woorden wisselden. Daar valt verder niks over uit te leggen, behalve ‘het is een gevoel’. Ik weet niet waarom, maar het voelt ineens zo kut. Iemand afwijzen is nooit leuk. Los daarvan had ik dit keer te veel verwacht. Het contact van tevoren was zo leuk en het doet pijn om de verwachting op meer weer los te laten. Online en offline goed bij elkaar brengen tijdens het daten: het blijft een uitdaging.

Deze blog is ook geplaatst op heartco.re

Afscheid

Nog voordat je weg bent begin ik met opruimen. Terwijl je je spullen inpakt, checkt of je alles hebt, zet ik onze glazen in de keuken, trek het bed recht. Het kleine grote afscheid.

 

Ik verdraag het niet.

 

Dus wis ik de sporen uit van je bezoek. Zodat ik kan doen alsof je er niet geweest bent en ik je niet hoef te missen. Ik was toch al die tijd alleen?

 

Warme kus op mijn mond, ‘Ik spreek je later schat’ en dan ben je weg. En ik denk “Doe toch normaal, er is niks aan de hand”, maar ik voel me klein en mijn hart is even een beetje leeg. Ik druk mijn neus nog een keer in het kussensloop en gooi het dan in de was.

De Tuin

Mijn handen roken naar groen en mijn schoenen waren modderig, fanatiek stond ik aan planten te trekken en had net besloten dat de schaar er maar aan te pas moest komen om de haagwinde door te knippen.

“Nieuwe hobby?” riep mijn vader vanuit de keukendeur. Verbaasd kan ik me voorstellen, ik ben niet het meisje met de meest groene vingers en toen ik nog thuis woonde làg ik liever in de tuin, dan er te werken.

Het wiel van de kruiwagen was kapot, dus ik vulde emmer na emmer met aarde en stortte die in een vierkanten bak. De hele dag met je hoofd bezig zijn over communicatie is ook niet alles en het voelde lekker om fysiek werk te doen. Het plan was dat mijn schoonzusje een groentetuin in de bak zou maken deze zomer, maar in alle drukte was het er nog niet van gekomen.

De haagwinde, ik geloof niet dat ik ooit zoveel aversie tegenover een plant heb gevoeld. Het is een sluipmoordenaar, voorzichtig haakt hij zich vast aan een plant en voor je het weet is hij er volledig overheen gegroeid en verstikt als het ware zijn gastheer of -vrouw. Met een fanatisme waarmee ik mezelf verraste ging ik het spul te lijf, stengels en bladeren vlogen in het rond. Hier pak aan! Ik was de Dexter van de groene wereld en terwijl ik de planten eronder bevrijdde stond elke knip van de schaar voor een klein eerbetoon aan mijn moeder, die in deze tuin had gewerkt en ervan had gehouden.

tuin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Friendzone

Een intern emotioneel mijnenveld, dat is het daten en het niet-daten. Voor je het weet gaat er weer iets af waarvan je niet wist dat het er zat. Grote en kleine explosies. Maar laat ik jullie netjes meenemen in het verhaal in plaats van te strooien met metaforen en overtrokken drama.

Het begon allemaal zo. De man was al een paar keer door een goede vriendin in de etalage gezet. Hij was zo leuk en aardig. Ik voelde een voorzichtig spreekwoordelijk duwtje zijn kant op. Op een avond kwam ik hem per ongeluk ergens tegen. Het was een gesprek van nog geen twee minuten en ik bevond me in een rare modus, namelijk ietwat stoned (wietolie als medicatie, maar dat is weer een ander verhaal). Daardoor leek ik wat meer los te staan van de realiteit. Ik voelde wel dat hij me leuk vond, of dat dacht ik te voelen, maar verder kon ik er niet zoveel mee.

Weken later kom ik hem weer in de digitale wereld tegen. Na een paar berichtjes met inhoudelijke informatie gooit hij het open. Dat hij wel graag een keer met me wil afspreken. Ik reageer dat ik dat ook best wil, maar dan niet als date, maar gewoon vriendschappelijk. Het lijkt me namelijk iemand met wie je een goed gesprek kan hebben en lol, alleen die andere vibe voel ik niet. Waarmee ik hem afwijs als date, wat ik altijd best even ingewikkeld vind, maar eerlijkheid staat toch bovenaan. En toen kwam de boomerang, hij stuurt terug dat hij inderdaad een date wilde en genoeg vrienden heeft.

Het universum gniffelt en zegt “Hier, pak aan!”. Ik vind het een vreemde gewaarwording, afgewezen worden als potentiële vriend. Die had ik nog niet eerder meegemaakt en het doet even een beetje pijn om niet eens de friendzone in te mogen gaan ;-). Ah, c’est la vie. Ik kijk er met verbazing naar, waarna het gevoel ook weer verdwijnt.

Uw ontdekkende JungleReporter
ps (Voor de nuance in het verhaal. Jullie lezen uiteraard de verkorte versies van alle berichten, het was een stuk gezelliger verwoord en met meer smileys, u begrijpt).

Allerlaatste (voor Fred, dank je wel)

Dingen die voor het laatst zijn hebben voor mij een extra lading. Op dinsdag zat ik met Marc op de chat.
“Gaan we morgen nog koffie doen?”
“Nee, sorry is wat tussengekomen en ik moet ook nog iets voorbereiden voor de voorstelling van Fred. Het wordt zijn allerlaatste. Wij zijn gevraagd hem in het zonnetje te zetten.”

Zijn laatste.

Ik moest even slikken. Niet dat de man geen respectabele leeftijd had en een staat van dienst waar je u tegen zegt.. maar toch. Ik wilde erbij zijn, als eerbetoon en dank en ja, ook gewoon omdat het de allerlaatste was. Na de chat zocht ik op de site van Studio de Bakkerij. Uitverkocht natuurlijk. Een bijzondere voorstelling over de oorlog op een datum als 4 mei, dat wil wel verkopen.

Ondertussen dacht ik terug. Ik had Fred maar relatief kort gekend en daarna waren we elkaar min of meer uit het oog verloren. Een verdwaald mailtje daargelaten. Hij had mij en drie andere acteurs geregisseerd voor een door onszelf geschreven stuk dat door omstandigheden nooit was afgekomen. Over de ziekte kanker. We noemden het in die tijd liefkozend “Het Kankerstuk”.

Gedurende die repetities had ik Fred leren kennen als een vakman, streng doch rechtvaardig in zijn feedback. Tijdens de monoloog waarin ik een begrafenisondernemer speelde coachte hij mij op gebruik van mijn stem en lichaam. “Je schildert ze een beeld voor met woorden. Let op je houding, niet inzakken met je lichaam, altijd blijven doorademen.” Ik wilde het graag goed doen en vond de repetities altijd een beetje spannend. Op een avond na de repetitie zei Fred dat ik wel iets had, een markante kop. Ik ben het nooit meer vergeten.

Op vier mei belde ik om 19.30 uur in een impuls de Bakkerij. Hadden ze misschien nog mensen die niet kwamen opdagen, was er een wachtlijst? Ja die was er, met 4 mensen erop. Ze gaven me weinig kans en van de brandweer mochten ze niet meer stoelen plaatsen, ze zaten helemaal vol. Ik dacht, not meant to be en begon aan het snijden van uien voor de pastasaus. Om tien over half 8 begon het te kriebelen. Wat als er toch mensen niet kwamen, misschien zelfs ook die van de wachtlijst? Ik besloot de gok te wagen en fietste er heen.

“Ja, we zijn stijf uitverkocht vanavond!” riep de baliedame vrolijk. Het was tien voor 8 en ik keek neer op een lange lijst vol afgevinkte namen. Maar of ik even wilde wachten, ze zou het voor de zekerheid nog aan iemand anders vragen. Ik kruiste mijn vingers achter mijn rug en toen mocht ik doorlopen. Precies achter de drie gereserveerde stoelen aan de rand van het toneel stond een witte klapstoel, bijna onmogelijk tussen de rijen gepropt, ik prijsde mezelf gelukkig met mijn een meter vijfenzestig en manoeuvreerde me ertussen.

We keken naar een groot scherm en zagen Wim Lex en Maxima de krans leggen. Het publiek was twee minuten stil en daarna kwam Fred op met een stoel in zijn hand. De voorstelling was een monoloog van een man wiens vader in de oorlog fout was geweest en over de vriendschap van die man en een Joodse overlever. Ik was ontroerd, boos, lachte en werd verliefd toen het personage dat ook werd. Fred schilderde beelden voor mijn ogen met woorden.

Na de voorstelling in de foyer met wijn en de onvermijdelijke nootjes in bakjes, wilde ik Fred bedanken voor de lessen die ik had gehad. Het kwam er onhandig uit, ik wist niet of mijn woorden de lading dekten, er stonden mensen achter me die ook met hem wilden praten. Ik ademde niet goed door. Fred zei dat ik er goed uitzag, vroeg of ik inmiddels een lieve vriend had. Ik realiseerde me dat tussen de laatste keer dat ik hem zag en nu er alweer meerdere lieve mannen waren langsgekomen en gegaan. Het deed een beetje pijn om nee te moeten antwoorden. Ik compenseerde mijn eigen ongemak door te aan te geven dat het goed met me ging en ik gelukkig was, hetgeen ook klopte. Het was een avond met dubbele gevoelens, het was de allerlaatste voorstelling en licht aangeschoten reed ik op de fiets naar huis.

Verwachtingen

Vanaf de bank met een beker thee in haar hand zag een vriendin mij hyperend door het huis gaan. “Ik weet niet wat ik aan moet!” Het was klassieke date-stress. Maar ja, hij had een bootje geregeld om mee door de Amsterdamse grachten te varen. Dit was niet je doorsnee drankje doen date.

Het zou per definitie een interessante middag worden. Date 1 was namelijk gezellig geweest, maar voor mij niet meer dan dat. Date twee leken we qua gevoel ineens toch uit de friendzone te komen. Dus date drie beloofde de definitieve uitslag en aangezien er al wat appjes met hints waren geweest, kon dit toch niet anders dan op z’n minst zoenen worden.

Veel te laat reed ik naar Amsterdam. Op een tankstation scoorde ik nog snel een bootmascotte en wat foute snacks, zakjes chips en knisperdrop. Stress nam alleen maar toe toen ik èn te laat was èn voor het eerst in mijn leven een parkeergarage in moest rijden. De motor gromde venijnig toen ik als een achterlijke het gaspedaal intrapte en omhoog schoot. Eenmaal ingeparkeerd was ik volledig de weg kwijt. Als een kip zonder kop graaide ik spullen uit de auto, rende er nog drie keer omheen. Zat ie op slot? Had ik de lichten uit? En waar was mijn fucking parkeerticket?!

Natuurlijk liep ik de verkeerde kant op, dus toen ik eindelijk bij de Westergasfabriek aanlandde was ik ongeveer een uur te laat. Ik hoopte dat bootmascotte Tijgetje de boel zou redden. Mijn maag deed raar en ik ademde te hoog, hoe zat mijn haar eigenijk? Hij moest hier ergens in de buurt zijn. Ik belde hem, hij nam op, ik liep de hoek om en zag hem staan….

en toen niks. Ik voelde niks. Misschien moest de stress zakken? De boottocht was geweldig, Tijgetje zat voorop in een autoband geklemd, de zon kwam tevoorschijn, hij vond de snacks leuk en lief. Maar het wilde maar niet gebeuren qua gevoel. We dronken daarna koffie in de zon, keken naar de dansende mensen op het plein en praatten over relaties en liefde en andere mooie dingen.

De middag was voorbij en ik liep naar mijn auto. Ik was een beetje verbouwereerd. Verwachtingen die zo niet blijken te kloppen, daar moest ik nog een autoritje over nadenken. Thuis appte ik hem, dat ik het niet had gevoeld, of ik daar alleen in stond. Hij reageerde wat verbaasd, nee, ook niets gevoeld, maar hij had er helemaal geen rekening mee gehouden dat er iets zou gebeuren. Niet dat hij het niet had gewild! Hij appte bijna verontschuldigend, wat heel lief was, maar de conclusie bleef hetzelfde. De vibe was er niet geweest. Verwachtingen zijn verwarringen, zoveel werd me duidelijk. Ik had van tevoren een verhaal bedacht en hij ook, maar dan een ander verhaal dan het mijne. That’s the way love goes ;-)

Uw datende JungleReporter

 

Tijgetje

 

Notes From The Jungle

Hoi, ik ben Beke, 39 jaar en ondernemer, documentairemaker, zoeker in Rotterdam. Dit zijn aantekeningen uit mijn jungle, het dagelijks leven. Ook schrijf ik columns voor het Straatnieuws, regio R'dam - Den Haag en blog op heartco.re over daten en liefde. Leuk als je iets wilt toevoegen aan mijn blog, een reactie, foto of misschien een afgeluisterd gesprek?
Site Protection is enabled by using WP Site Protector from Exattosoft.com